

Zet je voor de eurolanden het begrotingssaldo af tegen de overheidsschuld, en laat je de bolgrootte de spread t.o.v. Duitsland weergeven, dan valt één ding meteen op: België en Frankrijk liggen naast elkaar.
Ons begrotingstekort is even groot als dat van Frankrijk. Toch betalen we zo’n 50 basispunten minder (85 bp tegenover 136 bp).
Dat komt niet doordat onze cijfers beter zijn. Frankrijk is groot en systeemrelevant, dus de markt kijkt er permanent naar. Elke regeringscrisis in Parijs haalt de voorpagina’s. België is klein, en daardoor kunnen we ons nog verstoppen.
Dat lijkt weinig, maar reken even mee:
En dan de kloof met Frankrijk. Moesten wij ook 50 bp meer betalen, dan loopt de rekening op tot zo’n €3,5 miljard per jaar. Dat is meer dan het volledige jaarbudget van de FOD Justitie: alle rechtbanken, parketten en gevangenissen samen.
Griekenland heeft de hoogste schuld van de groep (ca. 146% van het bbp), maar betaalt een spread van 100 bps. Dat is lager dan Italië en een heel stuk lager dan Frankrijk. De reden is dat Griekenland een begrotingsoverschot heeft. De markt prijst niet alleen hoe hoog de schuld is, maar vooral in welke richting ze gaat. En bij de Grieken is die richting tegenwoordig goed.
Een groot deel van die ommekeer zit in het pensioenstelsel. Dat leek structureel sterk op het Belgische: een omslagstelsel, aparte regimes per statuut, ambtenaren die een gunstiger pensioen hebben, etc.
Samen met een veel betere belastinginning en jaren van primaire overschotten maakt dat de Griekse koers geloofwaardig.
Vandaag krijgen we krediet van de markt omdat we klein en onopvallend zijn, niet omdat we het verdienen. Griekenland toont dat de markt een land beloont zodra het de richting echt omgooit.
Daar moet je dan wel iedereen bij betrekken, en niet alleen de jonge generaties.
Bron: Eurostat (gov_10dd_edpt1, EDP-notificatie april 2026); bolgrootte = spread t.o.v. Bund (TradingView) — laatste datapunt: jaar 2025 (EDP april 2026); spreads 2026-10-08