
De cijfers rond de uitrol van kunstmatige intelligentie zijn nauwelijks nog te bevatten. Volgens een recent rapport van Goldman Sachs stevenen de wereldwijde kapitaaluitgaven aan AI-infrastructuur af op de grens van 1 triljoen dollar. Dat is meer dan de totale investeringen van de olie- en gasindustrie ($ 700 miljard), en meer dan de militaire uitgaven van de VS ($ 900 miljard). Enkel investeringen in schone energie liggen hoger (op $ 2,2 triljoen), voornamelijk dankzij China. Wat deze investeringen zo bijzonder maakt is de extreem korte afschrijvingstermijn. Een olietanker, boorplatform of landbouwmachine gaat 20 tot 40 jaar mee. Een GPU-cluster is na 3 tot 5 jaar technologisch verouderd.
Een triljoen dollar, dat is ook wat mensen en bedrijven wereldwijd uitgeven aan softwarelicenties. We hebben de voorbije maand dan ook zware klappen gezien voor de softwareaandelen. De overheersende gedachte was dat AI-agenten en AI-maatwerkcode traditionele SaaS-modellen overbodig zouden maken, met een verwachte daling van de marges.
Wie echter naar de financiële resultaten van deze bedrijven kijkt, ziet een opvallende kloof tussen het marktsentiment en de operationele realiteit.
1️⃣ Softwarebedrijven tonen veerkrachtige marges, en AI blijkt geen vervanger maar een uitbreiding van hun productportfolio.
2️⃣Bedrijven stappen niet zomaar af van hun kernsoftware. Veel data, beveiliging en processen zijn ingebakken in de werking van het bedrijf, en zorgen voor een hoge retentie.
3️⃣AI-functies brengen extra server- en rekenkosten met zich mee, maar die leidden eerder tot een herijking van marges (in absolute bedragen) dan het gevreesde einde van het softwaremodel.
De paniek op de beurs over een snelle ondergang van B2B-software en softwarediensten bleek grotendeels ongegrond. Het toont opnieuw aan dat marktreacties op korte termijn vaak doorslaan op populaire verhalen en angsten. De fundamenten op lange termijn worden bepaald door kasstromen en klantretentie.
De markt handelt op verhalen, bij Value Square kopen we bedrijven.
Auteur: Wouter Verlinden